
Je zal maar in zo’n huis wonen..
De deurbel is nog nauwelijks uitgeklonken, of er wordt opengedaan. De gang met witmarmeren vloer strekt zich voor ons uit, halverwege staat een bronzen kopje op een piedestal. Je stapt de tweede helft van de negentiende eeuw binnen, het is 1866. De smaak van de huidige bewoners sluit daar naadloos bij aan, ze genieten van het statige huis en van de leeftijd van deze oude dame.
De eerste familie zocht een gezonde plek, ‘niet verstoken van lieve zonnestralen en frische lucht’, wèg wilden ze uit het nog middeleeuwse huis in de Assenstraat, waar cholera en typhus altijd op de loer lagen. De goedbedeelde werkgevers van vader gunden hen dan ook een nieuwe, moderne en fraaie ambtswoning op een lichte en open plek. Architect Van Harte’s bouwtekeningen, compleet teruggevonden, fraai ingekleurd, met alle technische foefjes en decoratieve details, liggen mooi te wezen in het Deventer archief.
lees meer…
Het huis heeft meer dan anderhalve eeuw lang alleen de hoogstnoodzakelijke verbeteringen in hygiëne en comfort ondergaan. Daarmee is de sfeer vrijwel ongerept gebleven, van kelder tot de ruime zolder met zijn kapgebint. Haar huidige eigenaars zijn de achtste familie en haar vijfde eigenaar in al die tijd.
Op de begane grond vinden we werkkamer, trappenhuis, keuken, kamer-en-suite en een fraaie veranda, die een vorige bewoner met veel liefde herstelde, fragiel als deze houten bouwsels zijn in ons klimaat.. Het huisinterieur is statig, alle detaillering is zorgvuldig uitgevoerd. De bewoners hebben hun liefde voor meubels en kunstvoorwerpen uit de negentiende eeuw op passende wijze uitgeleefd. We kijken daar uit op een besloten tuin, waarin ook kippen mogen lopen.
In de gang scheidt een tochtdeur het deel naar achterdeur en keuken af en daar ligt dan ook geen marmer meer, maar rode Bremer zandsteen. Onder de trap vinden we oorspronkelijk maar liefst twee wc’s, één voor de familie en één voor het personeel? Nog geen watercloset in 1866, maar closet, want het water kwam uit eigen pomp en regenkelder, niet uit een waterleiding: die liet nog even op zich wachten. Gaslicht kende Deventer toen wél, al acht jaar, maar of men híer was aangesloten? We vermoeden van wel..
We zijn een fraaie trap, twee slagen met overloop, opgegaan. Ook op de verdieping scheidt een gang het huis in twee gelijke delen. Licht, overal ramen, ruime kamers! En ook daar was al een plee, we zien het op Van Harte’s tekening. Wie in Deventer, zelfs onder de welgestelden, kon daar staat op maken? Bij iedereen stond nog een pispot onder het bed.
Dit huis was waarlijk modern!
